WMO symposium Landzijde en Zorgbelang

Georganiseerd door Landzijde en Zorgbelang
Alkmaar 12 februari 2014

Voor een ieder die vandaag niet aanwezig kon zijn een korte impressie van deze bijeenkomst.

De gespreksleider was Frénk van der Linden. Hij praatte het programma op een prettige en kritische wijze aan elkaar.

Van Rijn vertelde iets over het nut van cliëntenparticipatie in deze transitie en deelde ook wat zorgen met de zaal.

Marijke Vos hield een betoog over het nut van de zorgboerderijen en welke kracht er uitgaat van het bezig zijn en werk hebben voor bepaalde groepen. Het geeft zelfvertrouwen en laat je ontwikkelen.

Tim Robbe ( jurist en adviseur) vertelde iets over zijn persoonlijke ervaring met het inschakelen van de juiste zorg en waar hij tegen aangelopen is. Tevens wist hij veel te vertellen over de nut en noodzaak van bestuurlijke aanbesteding. Dat ook kleine aanbieders in de picture moeten komen bij gemeenten.

De autoriteit Consument en Markt vertelde iets over de rol die zij vervullen bij deze transitie en welke rol zij ook in de toekomst zullen vervullen. Er werd ook duidelijk dat er aan hun rol ook beperkingen zitten die soms erg lastig zijn voor gemeenten/organisaties om te komen tot mooie nieuwe initiatieven.

Hoogleraar Agnes van den Berg vertelde over de positieve effecten van de natuur en het bezig zijn in de natuur op lichaam en geest. Er kwamen mooie onderzoeken voorbij waar significante verschillen waren tussen groepen die testen hadden gedaan in de natuur t.o.v. groepen die dezelfde testen hadden gedaan in de stad.

Ervaringsdeskundige Martin van der Rijnst vertelde over zijn werk op de zorgboerderij en wat het hem heeft gebracht. Een opleiding, structuur en zelfvertrouwen.

De heer Loomans ,directeur ZorgBelang Noord Holland ,vertelde over de mogelijkheden om meer maatwerk te gaan bieden aan cliënten.

Jaap Hoek Spaans ,voorzitter RvB stichting Landzijde, hield een gloedvol betoog over de mooie resultaten die worden behaald door de zorgboerderijen. Hij hoopt dat zij in de toekomst deze rol kunnen blijven vervullen en zelfs mooie toevoegingen kunnen doen aan het opleiden van cliënten.

De groep genodigden bestond uit diverse organisaties, vertegenwoordigers van gemeenten etc.
Wat mij persoonlijk opviel is dat deze groep erg betrokken is bij hun cliënten en hun werk en vanuit deze situatie ook reageert. Daardoor lijkt het alsof zij de mogelijkheden niet voldoende zien die deze transitie brengt en dat ze vast houden aan oude regels, rechten en situaties.

Toch heb ik goede hoop dat ook zij met mooie initiatieven gaan komen en dat zij de “klant” centraal gaan stellen.

Petra Nuyens