Woensdag 30 oktober 2019
Participatieraad Haarlem
Conferentie Mensen met verward gedrag

Inleiding

De Participatieraad Haarlem vangt vragen en zorgen op vanuit de samenleving over de toename van bewoners met verward gedrag in onze stad. Om die reden organiseerde de Participatieraad op 30 oktober de conferentie ‘mensen met verward gedrag’. Er zijn veel ontwikkelingen rondom de zorg aangaande mensen met verward gedrag, zowel op landelijk als op stedelijk niveau. Het zorgt in ieder geval nog voor onduidelijkheid bij veel bewoners in Haarlem. De Participatieraad wil middels deze conferentie meer duidelijkheid, begrip en (daar waar mogelijk) meer tolerantie creëren rondom mensen met verward gedrag in uw wijk of buurt.

Opening

Ruth Nelemaat, de voorzitter van de Participatieraad heette alle deelnemers en stakeholders aan deze netwerkconferentie van harte welkom.  Het doel van de conferentie is niet om een advies te geven aan het Haarlemse college. Het is de bedoeling om kennis met elkaar te delen, om te onderzoeken hoe je het beste als wijk of buurt met iemand met verward gedrag om kan gaan. Wat gebeurt als er in uw buurt of wijk mensen zijn die verward gedrag vertonen en daarbij anderen en/of zichzelf in gevaar brengen? Hoe gaat u als bewoner of als bewonersgroep in een buurt of wijk hiermee om? Hoe voorkom je dat het escaleert en wie grijpt er in? Wie heeft hierover zeggenschap en regie? Wanneer komt de wet op de privacy in het geding? Hoe heeft de gemeente Haarlem dit tot nu toe ingeregeld? En wat gebeurt na 1 januari als er andere wet -en regelgeving is? De Participatieraad hoopt op deze vragen een antwoord te krijgen.

Jim van Os

Jim van Os, hoogleraar psychiatrie, spreekt niet graag over mensen met verward gedrag, maar noemt ze liever mensen met een acute zorgnood. 1.1 miljoen Nederlanders hebben jaarlijks in min of meerder mate psychische klachten. 300.000 mensen daarvan hebben een ernstige psychiatrische aandoening en van deze groep hebben zo’n 10.000 tot 20.000 personen per jaar acute zorgnood. 10% van het geld dat door het Kabinet voor de zorg beschikbaar wordt gesteld gaat naar de GGz. Er is dus geld voor beschikbaar, maar die lekt weg door de marktwerking. Verschillende instanties werken rond 1 client langs elkaar heen en de zorg mist daardoor zijn doel. Het gaat om mensen die bijvoorbeeld een LVB hebben of suïcidaal zijn, lijden aan depressies, verslavingen etc. De huisartsen raken deze personen niet meer kwijt aan zorginstellingen. Zij hebben veel last van de verschotting die de verschillende kanalen van de WMO nu eenmaal kent

Met ingang van 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz (Wvggz) in werking. Deze wet vervangt de huidige wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) en regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de GGz. Deze nieuwe wet wordt door de hulpverlening sceptisch ontvangen. De wet maakt het mogelijk om verplichte zorg zoals het toedienen van verplichte medicatie of het uitoefenen van toezicht op betrokkene, poliklinisch of bij iemand thuis te geven. Alleen als het in de eigen omgeving echt niet kan, als het er niet veilig genoeg is voor de persoon zelf en zijn omgeving, of de persoon zelf niet wil, kan opname in een instelling een betere oplossing zijn. Veel psychiaters voelen niets voor deze nieuwe wet. Zij voelen zich zo verantwoordelijk voor het gedrag van hun patiënt. En daardoor ook voor het delict wat sommige patiënten plegen.

Zij pleiten daarom voor een parallelle GGZ zoals Enik dat bijvoorbeeld doet door middel van het aanbieden van cursussen in weerbaarheidsbevordering. Zij verzorgen een buffer rond een client waarbij zij de client leren hoe hij om kan gaan met zijn problematiek. Deze zogenaamde herstelacademie, een omgeving voor mensen die persoonlijk ervaring hebben met ontwrichting door een psychische aandoening of verslaving en die willen werken aan hun (verdere) herstel wordt gerund door ’peers’. Charismatische vrijwilligers en betaalde krachten die persoonlijk ervaringen hebben op het gebied van psychiatrie of verslaving. Waardoor een client geïnspireerd raakt om verandering in zijn huidige bestaan te zoeken.

Er is een duidelijke behoefte aan een dergelijk improviserend netwerk dat buiten de lijnen kleurt. Deze nieuwe manier van hulpverlening binnen een netwerk van toegewijde ervaringsdeskundigen en hulpverleners is van grote toegevoegde waarde gebleken. De herstelacademie biedt met name aan jonge cliënten reparatie van het perspectief bij psychisch lijden. Ze leren om hun weerbaarheid te ontwikkelen. Dit proces gaat gepaard met zogenaamde turning points, daar waar een verandering in gang wordt gezet. De social holding is daar vaak aanleiding voor. De client durft weer aan nieuwe doelen te denken. Uit onderzoek blijkt dat deze social holding tot veelbelovende resultaten komt. Het is niet evidence based, maar gebaseerd op een flexibel model met een improviserend netwerk. Een client in acute zorgnood wordt vastgepakt door familie, hulpverleners en ervaringsdeskundigen en niet meer losgelaten. Er is in de wijk ook een plek waar een client in psychische nood kan crashen, zolang als nodig is. Zodoende legt dat geen last op de wijk en haar bewoners, want een client is in veilige handen tot hij weer naar huis kan.  Er is behoefte aan een user driven social economy. Want betaald werk speelt een belangrijke rol voor het doorbreken van sociaal isolement.

Jim van Os pleit ervoor dat de diverse geldstromen doe in Nederland voor de GGz beschikbaar zijn met elkaar gaan praten. Er valt nog zoveel winst te behalen. Het zou fantastisch zijn als de social holdings op lokaal niveau georganiseerd kunnen worden. De zorg zal daar ook op ingericht moeten worden omdat het hier gaat om werken zonder behandelcontract. Dat vraagt om flexibiliteit van de zorgverzekeraars en de gemeenten. Omdat deze zorgverzekeraars nog niet echt meewerken probeert de VNG hierin te bemiddelen.

Anke Huntjens

Anke Huntjens is bestuurder bij Pré Wonen. De woningcorporatie zoekt altijd naar een manier om het goed te doen voor de client die een woning zoekt en de omwonenden. Hoe zorg je ook voor de buren? Cliënten met verward gedrag kunnen soms voor forse overlast zorgen, waar burgers als buren ook last van hebben. De woningcorporaties zijn van mening dat deze mensen ook deel van samenleving uit moeten blijven maken. Maar de complexiteit van hun problematiek neemt toe. Daarom is het van groot belang dat men met elkaar gaat kijken hoe er een passende plek gevonden kan worden of hoe iemand wel in een woning kan blijven, zonder de buurt overlast te bezorgen.

Het beschermd wonen met begeleiding verdwijnt steeds meer. De woningcorporaties doen hun best om voor iemand een terugvaloptie naar beschermd wonen te creëren, als het zelfstandig wonen echt niet gaat. Er wordt naar steeds meer manieren gezocht om dat te bewerkstelligen. Er verdwijnen ook steeds meer goedkope oudere woningen. Daarom komen er meer mensen die extra zorg nodig hebben, en van die goedkope woningen gebruik maken, bij elkaar te zitten. Dat is een grote belasting voor een wijk. De woningcorporatie herkent en erkent dat probleem maar meent ook dat het lastig is om daar een oplossing voor te vinden. Ook als een bewoner (tijdelijk) niet in staat is om de huur te betalen wordt er gezocht naar maatwerkoplossingen. Door onder andere mee te helpen om voor de client naar een oplossing te zoeken zorgt de woningcorporatie niet voor de zorg, maar wel voor de samenleving.

Wat neemt men mee uit de workshops? (Zie ook de informatie in de bijlage)

Workshop 1: Wat doen woningcorporaties?

De woningcorporaties hebben een goede indruk gekregen van de betrokkenheid en vragen van bewoners. Een van de tips die ze meenemen is om beter te beoordelen of er een match is tussen de aangeboden woning en de problematiek van een kwetsbare client die uitstroomt uit de maatschappelijke opvang. Een buurt kan maar zoveel probleemgevallen aan en de corporaties wordt gevraagd om daar beter op te letten.

Workshop 2: De rol van sociale wijkteams

Het Sociaal Wijkteam heeft de conferentie met veel interesse bijgewoond en kan zeker een rol spelen in het samenbrengen van de verschillende belanghebbende partijen bij het netwerk rond iemand met verward gedrag. De sociale wijkteams zullen ook een rol hebben bij de uitvoering van de nieuwe wet GGz.

Workshop 3: Herstelacademie – Onbegrepen gedrag begrijpelijk maken

Marcia merkt op dat de deelnemers wel tot meer inzicht kwamen nadat zij haar eigen persoonlijk psychiatrisch verleden vertelde.

Workshop 4: Samen sterk zonder stigma

Marie Jeanne, ervaringsdeskundige bij Samen sterk zonder stigma vond het fijn om te horen dat mensen de problematiek herkennen. Er is veel begrip maar ook wordt de vraag gesteld hoe mensen met elkaar in gesprek kunnen treden. De ervaringsdeskundigen kunnen de lijm tussen alle verschillende hokjes zijn; om met iedereen op basis van gelijkwaardigheid in gesprek te gaan om te zorgen dat er meer met de betrokken wordt gesproken dan over de betrokkenen.

Workshop 5: Jim van Os en Jerry Allon, ervaringsdeskundige

Er is sprake van grote betrokkenheid vanuit het publiek. Jerry vond het mooi dat er ook gekeken werd naar wanneer de ambitie te groot is om iemand die kwetsbaar is te helpen. Daar is geen pasklaar antwoord op maar het is wel het spanningsveld waar veel deelnemers aan deze conferentie in opereren.

Workshop 6: De nieuwe wet WvGGZ

Ilona Schreuder van de gemeente Haarlem heeft gemerkt dat er veel belangstelling is voor de problematiek rond de nieuwe wet WvGGz. De behandeling en zorg van een client ligt nu eenmaal bij de GGz en niet bij de gemeente. De uitvoering van de zorg bij de nieuwe wet roept nog veel vragen op. De vorm van deze gedwongen zorg moet nog groeien. De burgers hebben ook nog veel vragen over wat er met iemand gebeurt als zij melding maken van (storend)verward gedrag. Met name als het gaat om cliënten met een psychiatrische aandoening gecombineerd met verslaving. Het behandelplan en zorgplan wordt niet door de gemeente ingevuld. Maar de uitvoering van de zorg, als je niet meer verplicht wordt opgenomen, maar thuis verder wordt behandeld, levert nog veel vragen op. Ook bij de instellingen die deze zorg moeten te verlenen. De medewerkers die deze zorg moeten verlenen zijn er nog niet voldoende. Ilona vond een oplossing als Healing Community heel waardevol aangezien er dan meer mensen beschikbaar zijn om iemand thuis zorg te bieden. De gemeente maakt zich er sterk voor dat alle instellingen elkaar na 1 januari weten te vinden en weten wat ze moeten doen. Er volgt nog een communicatietraject vanuit de gemeente Haarlem

BIJLAGE: Kennisworkshops

Workshop 1: Wat doen woningcorporaties?

Als er een organisatie is die te maken heeft met bewoners met verward gedrag, dan zijn het de woning­corporaties wel. Hoe gaan zij om met onder meer signalering en opvang? Karin Moes van PréWonen en haar collega vertellen wat zij (kunnen) doen als er situaties plaatsvinden waar er overlast en/of zorg rondom een bewoner plaatsvindt.

Uit onderzoek blijkt dat de overlast door mensen met verward gedrag in de buurt toeneemt. De corporaties zetten veel in op preventie en op allerlei manieren wordt gekeken hoe deze preventie kan worden ingevuld. Onder andere door te proberen om de hulpverlener achter de voordeur te krijgen. Karin legt een casus voor met als titel: “Machteloze Mensen”. Het verhaal gaat over een bewoner die zijn huis in brand stak. De woningcorporatie gaat naar de rechter om een uitspraak te krijgen om de man uit de woning te zetten. De Woningcorporatie krijgt ongelijk en moet voor een andere woning de man zorgen. Deze uitspraak raakt gelijk het dilemma van de woningcorporatie. Zij is verantwoordelijk voor mensen die zelf niet aan een woning kunnen komen, de meest kwetsbare groepen, en daarnaast en even belangrijk voor het woongenot van alle bewoners die een woning huren; prettig wonen in een fijne en veilige buurt. Daar is een goede relatie voor nodig met de diverse hulpverleners in Haarlem. Die is er ook en de lijnen zijn kort. Hoor en wederhoor zijn bij overlast erg belangrijk. De corporatiemedewerker en de wijkagent zijn netwerkpartners en treden bij overlastzaken altijd samen op. Er wordt door de corporatie gestuurd op leefbaarheid, maar soms is het passend toewijzen van een woning lastig. Via de woonservice kan men op een woning reageren en het is lastig om een potentiele bewoner die voor een woning in aanmerking komt, te weigeren. Ook als de buurtbewoners van mening zijn dat iemand niet in de buurt past. Uiteraard wordt er vanuit de corporatie geprobeerd om met de overlast gevende bewoner een laagdrempelig gesprek te voeren om te achterhalen of en welke problematiek er speelt. Woningcorporaties worden soms ook geconfronteerd met bewoners waar soms vele, verschillende hulpverleners aan de slag zijn die elkaar niet kennen en ook geen weet hebben van elkaar wat men doet. Dat betekent dat nog steeds niet duidelijk is wie de regie heeft in zo’n geval. Iemand veronderstelt de gemeente; maar wie dan? Het Sociaal Wijkteam? Gevraagd wordt of de woningcorporatie stuurt op de toewijzing van woningen. De corporatie stuurt op aantallen en probeert te spreiden over diverse wijken. Maar het gaat altijd om mensen met een laaginkomen en met de huidige aantallen mensen met verward gedrag die uit de instellingen weer in de wijken komen wonen wordt de belasting in sommige wijken te zwaar.

Omdat de intramurale zorg verdwijnt stromen er steeds meer cliënten uit die in de wijken moeten worden opgenomen. Er ontstaat een concentratie van mensen met aanpassingsproblematiek die allemaal een nieuwe woning moeten hebben, maar deze bewoners kunnen niet allemaal bij elkaar gezet worden.  Om problemen rond overlast voor andere bewoners te voorkomen kan een gedragsovereenkomst daarbij helpen. Ook een beschutte woonvorm kan voor deze speciale groep bewoners uitkomst bieden. Maar de wachtlijsten zijn lang. Een nieuw instroombeleid moet spreiding mogelijk maken van mensen met een zorgvraag. Wel wordt verhuurd aan bewoners met begeleiding, waarbij eerst 2 jaar het huurcontract niet op naam staat van de bewoner maar van de begeleidende instelling. Als het goed gaat krijgt de bewoner de na 2 jaar het contract op eigen naam.  PréWonen is tevreden over de rol van de politie en ook als er een crisismelding is wordt er tijdig gereageerd. Er is een Zorg en Veiligheidshuis Kennemerland; www.veiligheidshuizen.nl en Housing First Haarlem, een initiatief van de RIBW. Www.ribw-kam.nl

Workshop 2: De rol van sociale wijkteams

In Haarlem is in elke wijk een Sociaal Wijkteam actief. Jetske Kracht en Natasja Gerritsma, beiden werkzaam in een Sociaal Wijkteam Zuid-West en Centrum/Rozenprieel informeren de deelnemers over wat het Sociaal Wijkteam is en doet in de wijken. Hoe men bij hen terecht komt en welke ondersteuning zij kunnen bieden wanneer iemand in uw buurt verward gedrag vertoont.

Jetske en Natasja gaven uitleg over de werkwijze van hun teams. Daarbij gaven zij aan welke professionals aan de wijkteams zijn verbonden en met welke instanties wordt samengewerkt. Wat in beide sessies vooral opviel was, dat er meerdere deelnemers aandacht vroegen voor hun persoonlijke problemen. Veelal waren deze problemen terug te voeren naar grote overlast door drugs- en alcoholproblemen. De vraag was dan wat het sociaal wijkteam voor deze problemen zou kunnen betekenen. In deze gevallen is de concrete actie van het team het organiseren van wijkbijeenkomsten waar mogelijk met elkaar de richting van een oplossing kan worden gezocht.

Workshop 3: Herstelacademie – Onbegrepen gedrag begrijpelijk maken

Vaak begrijpen we elkaar niet. Maar als je uitlegt wat er in je omgaat, begrijpt de ander je vaak wel. In deze workshop geeft Marcia Kroes van de Herstelacademie vanuit haar persoonlijke verhaal uitleg over gedrag dat we vaak niet begrijpen, maar niet onbegrijpelijk is. Marcia gaat in op wat de Herstelacademie doet en hoe ze samenwerken met de sociaal wijkteams. Zo organiseert de Herstelacademie o.a. zelfhulpgroepen in Haarlem waar mensen met verward gedrag met elkaar op hun gemak zijn.

Marcia is ervaringsdeskundige in de GGZ en werkt voor de Herstelacademie Haarlem. Bij de Herstelacadamie kunnen mensen na ontwrichtende ervaringen werken aan herstel. Met herstel bedoelt Marcia dat mensen hun leven leren in te richten op een manier die fijn voor ze is. Toen Marcia jong was studeerde zij rechten en wilde ze kinderrechter worden. De studie lukte niet omdat ze niet meer kon functioneren in die omgeving. De psychologen vertelde haar vervolgens dat zij niets meer kon en nooit normaal zou kunnen leven. Iedere keer als zij een terugval had kreeg ze het idee dat zij niets waard was en viel haar zelfvertrouwen in duigen. Marcia vertelt in haar workshop dat het enorm belangrijk is om begrepen te worden wanneer je kwetsbaar bent. Toen zij iemand ontmoette die zichzelf ook beschadigde kon ze daar een gesprek over voeren. Die herkenning is volgens Marcia heel belangrijk. Door te praten met mensen die dezelfde ervaringen hebben voelde zij zich minder eenzaam en meer begrepen. Bij de Herstelacademie werken ervaringsdeskundigen en geen hulpverleners. Dit verschil is essentieel volgens Marcia; hulpverleners begrijpen niet wat ervaringsdeskundigen begrijpen. Zo is er tussen ervaringsdeskundigen en de bezoekers van de Herstelacademie geen afstand omdat ervaringsdeskundigen het aandurven om echt contact maken. Bezoekers hoeven niets en kunnen samen met elkaar zijn wie ze zijn. Laatst had Marcia op de Herstelacademie een gesprek met iemand dat van de hak op de tak sprong. Het ene moment ging het over de maanlanding, dan over vaginale infecties en vervolgens weer over het bakken van een cake. Het maakt Marcia niet uit. Ze luistert gewoon. Als diegene het verhaal nog een keer wil vertellen dan luistert Marcia nog een keer, en nog een keer. De Herstelacademie is gehuisvest in het Da Vinci huis in Schalkwijk. Lees meer informatie over het aanbod op de website van de Herstelacademie: http://www.herstelacademie.org/zkh

Workshop 4: Samen sterk zonder stigma

Mensen met een psychische aandoening lijken eng en onberekenbaar, als je de krantenkoppen moet geloven. Toch heeft rond de 42% van de mensen eens in zijn leven een psychische aandoening en heeft dan onvoldoende veerkracht om een bepaalde situatie het hoofd te bieden. Deze groep lijdt onder een vertekend beeld. Berichten in de media zijn soms lelijk, ondoordacht en stigmatiserend. Hoe zit het nu echt? Draagt u ongewild bij aan stigmatisering?

Marie-Jeanne van der Ploeg, ervaringsdeskundige en werkzaam bij Samen sterk zonder stigma vertelt dat ongeveer de helft (51%) van alle mensen in Nederland in zijn of haar leven wel eens psychisch kwetsbaar is.

Iedereen krijgt er dus wel eens mee te maken, bij jezelf of bij een naaste. Psychische kwetsbaarheid varieert van licht/matig tot zeer ernstig. Bij de meeste mensen merk je er niets van, maar soms vertonen mensen tijdelijk “ander” gedrag. Uit onderzoek blijkt ook dat psychisch kwetsbare mensen het beste thuis, in de eigen omgeving en in de wijk, geholpen kunnen worden. Over psychische aandoeningen bestaan veel vooroordelen. Mensen die psychisch kwetsbaar zijn worden vaak niet begrepen en zelfs gemeden of uitgesloten. 90% van de mensen met een psychische aandoening ervaart dat anderen hen stigmatiseren en als gevolg hiervan discrimineren. Wat kun je als burger doen? Het gaat vaak om kleine acties in het gewone huis- tuin- en keukenleven die ervoor kunnen zorgen dat mensen met een kwetsbaarheid zich gerespecteerd en gezien voelen. Zeg gedag, maak een praatje, drink een kop koffie samen of nodig iemand uit bij de buurtbarbecue. Doe dat vooral van mens tot mens, van buur tot buur. Praat met iemand, niet over iemand. Buren zijn zich (er) niet (altijd) bewust (van) dat mensen die zij als anders ervaren mogelijk psychisch kwetsbaar zijn. Zij voelen zich vaak onthand over hoe zij met hen om kunnen gaan. Verder vertelde Marie-Jeanne over haar eigen leven en hoe het herstel met vallen en opstaan gegaan is. De deelnemers aan de workshop vonden het zeer herkenbaar en kenden allemaal wel iemand die ook in een kwetsbare positie is beland. Sommige mensen herkenden ook bij zichzelf bepaalde kenmerken.

De conclusie was dat op geestelijk gebied bijna iedereen wel wat heeft.

Samen Sterk zonder Stigma is het project ‘Stigma in de Wijk’ gestart. Om mensen in de wijk bewust te maken van stigma en de impact ervan. Samen met ervaringsdeskundige ambassadeurs laten ze zien dat mensen zelf iets kunnen veranderen in hun wijk. Een van de bouwstenen in de Regionale aanpak voor personen met

verward gedrag is ‘Destigmatisering’. Er is subsidie aangevraagd vanuit het Schakelteam mensen met verward gedrag en Altrecht bij ZonMW. Daarna is Samen Sterk zonder Stigma gevraagd om mee te doen in dit project vanwege haar kennis en ervaring op dit gebied. Het gesprek is gevoerd met lokale ervaringsdeskundigen en

cliënten van ggz en/of Regionale Instelling voor Beschermende Woonvormen (RIBW) met inwoners, vrijwilligers en professionals in de wijk. Het project is gebaseerd op onderzoek naar de achtergronden van stigmatisering en naar wat werkt bij het bestrijden ervan. Belangrijke elementen zijn de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen die van binnenuit kunnen vertellen wat zij ervaren en hoe confrontatie met vooroordelen hun leven beïnvloedt, zorgen voor draagvlak in de lokale gemeenschap voor het bestrijden van stigma en zorgen voor continuïteit in aandacht hiervoor, zowel beleidsmatig als in praktijk.

De eerste stap zetten naar de weg van hulpverlening is bijzonder lastig. De vraag: “Wat heb je nodig?” is hierbij van groot belang. Want het vergroot de kans van slagen op verbetering. Gelijkwaardigheid is belangrijk. Probeer daarom op een neutrale manier contact met iemand te maken. Mensen denken vaak vanuit hun eigen belevingskader, maar er is een groot verschil tussen het kader van de een en dat van de ander. Contact houden is belangrijk zodat de ander bevestigd wordt in het gezien worden.

Workshop 5: Jim van Os en ervaringsdeskundige

In deze workshop gaat Jim van Os in gesprek met Jerry Allon, een ervaringsdeskundige, over voorwaarden en mogelijk­heden in de wijken die een bijdrage kunnen leveren aan het herstel van mensen met een psychische kwetsbaarheid.

Jerry heeft in zijn vroeg jeugd veel geweld ervaren. Nadat hij zijn baan, huis en vriendin verloor op 25-jarige leeftijd ging hij nog meer blowen waardoor hij last kreeg van psychose/waanideeën/schizofrenie met een opname tot gevolg. Na deze opname wilde hij weer een gewoon leven leiden, maar dat lukte niet, Hij kon niet meer werken en zijn vriendin ging bij hem weg. Hij raakte in een isolement en verloor zijn identiteit.  Hij kreeg vervolgens ambulante behandeling, binnen en afdeling voor jongeren met psychoses en kon zich optrekken aan mensen die al verder waren in hun herstel. Hij kreeg herstelperpectief. Daardoor accepteerde hij zichzelf en stopte hij met zichzelf te stigmatiseren. Dat besef kwam door zijn contact met andere patiënten. Doordat hij ervaringsdeskundige werd gaf hem dat perspectief en maakte hij van zijn zwakte zijn kracht. Zijn psychose bleek biografische waarde te bevatten. Zijn werk, sociale contacten en perspectief hebben hem door een moeilijke periode gesleept. Volgens Jerry is de moraal van zijn verhaal: Je moet de oude niet meer willen worden, je moet de nieuwe ik accepteren. Je bent iemand met een bepaalde kwetsbaarheid. Jerry’s verhaal komt binnenkort uit in een boek en er wordt een documentaire van gemaakt.

Casus: De woningbouwvereniging geeft aan dat er binnenkort een kort geding dient over woninguitzetting omdat de bewoner voor veel overlast zorgt en geen hulp wil. Hoe kan men ervoor zorgen, dat deze mensen hulp krijgen?

Advies 1: Proberen om in contact te komen. Daar zijn vaardigheden voor nodig die ervaringswerkers hebben. Zij zijn hier vaak goed in. Men is wel van mening dat als er sprake is van maatschappelijke teloorgang het niet goed is om niets te doen.

Advies 2: Een social holding in Haarlem vormgeven, moet in de wijk zijn.

Advies 3: Niet uitzetten, want dan zal het gedrag van client van kwaad tot erger gaan. Men is van mening dat er veel eerder ingegrepen had moeten worden. Dat zou ook veel beter zijn voor de buurt.

Men vindt dat de door Jim van Os benoemde oplossing van de social holding geen optie is voor de groep met brede, forse problematiek en een verstandelijke beperking. Er zullen altijd residentiële plekken nodig zijn. Het betreft hier een kleine, heel dure groep waarvoor op gemeenteniveau een oplossing voor zou moeten komen. Men is ook van mening dat er heel veel middelen in Nederland beschikbaar zijn. Door beter samen te werken is er met dezelfde middelen meer mogelijk. Het is een kleine groep die overlast veroorzaakt, de grote groep is onzichtbaar voor de sociale wijkteams, zit eenzaam achter de voordeur. De individualisering samenleving is medeoorzaak van de huidige problemen. Men vraagt het lokale bestuur om zaken te regelen. Dat kunnen zij doen door als gemeente contact op te nemen met grote GGZ-instelling in de regio. Er is ook veel gesproken over wat een psychose precies is. Er werden ervaringen gedeeld tussen meerdere mensen vanuit de zaal met dezelfde ervaring. De parallelle GGZ heeft wellicht veel toekomst. Door het in de wijk in bijvoorbeeld een buurthuis te organiseren wordt het misschien ook normaler gevonden. Als professionals en ervaringsdeskundigen samen optrekken is dat de sterkste formule.

Workshop 6 De nieuwe wet WvGGZ

Op 1 januari 2020 wordt de huidige Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) vervangen door de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De Wvggz, een behandelwet, kunnen ook andere interventies dan verplichte opname worden opgelegd, zoals ambulante behandeling en begeleiding. De gemeente is nog druk bezig met de voorbereiding.

De eerste wet in Nederland waarin de geestelijke gezondheidszorg werd vastgelegd heette Krankzinnigenwet, mensen werden opgenomen in een kranzinnigeninrichting afgezonderd en ver weg van de bewoonde wereld. Er waren geen of nauwelijks kontakten met de buitenwereld. Op basis van nieuwe inzichten in de vorige eeuw kwam er meer aandacht voor de mens, zijn sociale omgeving en de maatschappij. De nieuwe opvattingen werden vastgelegd in een volgende wet; de Wet Bijzondere Opnemingen in een Psychiatrisch Ziekenhuis de (BOPZ). Deze wet is nog tot 31 december 2019 van toepassing voor alle kwetsbare groepen waaronder ook dementerenden. Op basis van voortschrijdende inzichten wordt de BOPZ per januari 2020 opgevolgd door een volgende ggz-wet; de Wet verplichte gezondheidszorg (Wvggz ). Deze regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg binnen de GGZ. Naast de Wvggz komt er ook per januari 2020 een aparte wet o.a. voor mensen met dementie, de zgn. Wet Zorg en Dwang.

De nieuwe wet Wvggz moet nieuwe randvoorwaarden creëren om te herstellen. De wet is gericht op het voorkomen van verplichte zorg en het verminderen van dwang. Nieuw is dat de gemeente een belangrijke uitvoerende rol krijgt in het opleggen van Verplichte Zorg en dat deze ook buiten de instelling aan huis kan worden gegeven. Voorwaarde is wel dat verplichte zorg de enige manier voor de desbetreffende persoon

is om ernstig nadeel weg te nemen. Het uitgangspunt is dat de cliënt voldoende invloed moet hebben tijdens de hele periode van verplichte zorg. De patiënt kan ondersteund worden door een patiëntvertrouwenspersoon. (pvp). De verplichte zorg kan op twee manieren worden opgelegd; door een crisismaatregel door de burgemeester of door een zorgmachtiging van de rechter. Iedereen die zich zorgen maakt, kan dit melden bij het meldpunt Zorg en Overlast van de GGD, dit geldt voor de hele Veiligheidsregio Kennemerland. De familie of directbetrokkenen hebben een rol bij de beslissing of verplichte zorg nodig is. Zij worden de zogenaamde essentiële naasten genoemd. Kinderen zijn hiervan uitgesloten. Tijdens het hele traject kan een familievertrouwenspersoon (fvp)advies en bijstand aan de essentiële naasten geven. Zijn deze naasten het niet eens met de beslissing, dan kunnen zij hiertegen bezwaar maken.  Er leven zorgen bij de deelnemers aan de workshop. De voorbereidingstijd voor de uitvoerders (OM, politie, burgemeester en Rechters) wordt als erg kort ervaren. De vraag is of de datum van januari 2020 wel gehaald kan worden. De werkprocessen moeten nog goed uitgewerkt worden; de samenwerking moet nog vorm krijgen. Men vraagt zich af of het wel haalbaar is.